Biologische landbouw kent trage maar gestage groei

Biologische landbouw kent trage maar gestage groei

De biologische landbouw in Vlaanderen verdubbelde in tien jaar tijd, maar de getallen blijven klein. Inmiddels neemt Europa de vlucht voorwaarts. De Europese Commissie wil het biologisch landbouwareaal de komende tien jaar verdrievoudigen en zet hiermee de sector zwaar onder druk. Bioproducten onderscheiden zich op de Europese markt door een Europees biologo. De productie is streng geregeld. De biologische landbouw moet als breekijzer dienen om het Europese voedselsysteem eerlijk, gezond en milieuvriendelijk te maken. Neemt de Europese Commissie haar wensen voor werkelijkheid? Zal de biosector luisteren naar de Europese Commissie of naar de markt?

Vlaams landbouwminister Hilde Crevits stelde einde mei op het biobedrijf De Lochting in Roeselare het jaarverslag 2019 van de Vlaamse biologische landbouwsector voor. Daaruit blijkt dat het aantal biologische land- en tuinbouwbedrijven in Vlaanderen in tien jaar tijd is verdubbeld. Via het project ‘Bio zoekt Boer’ wordt een derde van al deze nieuwe toetreders voorbereid op de grote stap. In 2019 was er een toename met 9%. De biologische veestapel nam vorig jaar met 13% toe. De pluimveehouderij kende de sterkste groei. In tegenstelling tot Wallonië en alle ons omringende landen blijft de biologische landbouwsector in Vlaanderen, met 562 bedrijven, zeer bescheiden. De 8677 ha die voor biologische landbouw worden gebruikt, betekenen slechts 1,4% van het totale Vlaamse landbouwareaal. Twee derde van dat areaal is grasland. Met die 1,4% scoort Vlaanderen in Europa zeer laag. Het percentage steekt fel af tegenover de 25% die de Europese Commissie in haar ‘van-boer-tot-bordstrategie’ tegen 2030 wil bereiken. Meest opvallend in het Vlaams jaarverslag is de sterke evolutie van de biologische voedingsketen. Vlaanderen telt 1221 bedrijven die gecertificeerd zijn als verdeler, bereider, verwerker, verkoper, in- of uitvoerder van biologische producten. Dat zijn er dus dubbel zoveel als biolandbouwers en -tuinders en 11% meer dan in 2018. Vier op de tien van deze ondernemingen combineert meerdere biologische activiteiten.

Groeiende consumptie

Er is in Vlaanderen zoals elders in Europa (en in de hele wereld) een groeiende interesse in biologische voeding. De coronacrisis heeft bovendien recentelijk de vraag naar lokale voeding en dus ook van biovoeding nog versterkt. Biovoeding wordt doorgaans als lokale voeding gezien, ook al is dat niet per definitie het geval. Vlaanderen is een belangrijke Europese draaischijf van invoer van bioproducten afkomstig vanuit de hele wereld. Het jaarverslag bevestigt dat de aankoop van biologische voeding in Vlaanderen is veralgemeend. Negen op de tien consumenten kopen op jaarbasis (bewust of onbewust) minstens een enkele keer verse bioproducten. Twee derde van de van de biobesteding gebeurt weliswaar door frequente biokopers, die zich minstens eenmaal per week met bioproducten bevoorraden. Dat hoeven daarom niet uitsluitend bioproducten te zijn. Alleenstaanden zijn verhoudingsgewijs de grootste kopers van bioproducten. Gezinnen met kinderen en met een beperkt inkomen kopen het minst.

De klassieke supermarkt blijft het belangrijkste verkoopkanaal met 36% van het marktaandeel. Biohoevewinkels en -boerenmarkten zijn, om begrijpelijke redenen, de verkoopkanalen met het hoogste percentage bioproducten in hun assortiment. Het zal ook niet verwonderen dat het bio-aandeel van voedingsproducten het grootste is bij vleesvervangers (20%), gevolgd door eieren (9%), groenten (6%), aardappelen (4%) en fruit (3%).

“In Vlaanderen streven we naar een verdere slimme en vooral marktgerichte groei van de biologische landbouw”, zegt Vlaams landbouwminister Crevits. In 2019 bedroegen de overheidsuitgaven in Vlaanderen 4,7 miljoen ter ondersteuning van productie (49%), onderzoek en kennisopbouw (38%), ketenontwikkeling (10%) en promotie en draagvlakverbreding bij het grote publiek (3%). De middelen zijn afkomstig van Vlaanderen én Europa.

Europees breekijzer

Wallonië telt ongeveer 1800 biobedrijven en meer dan 80.000 biohectares of 11% van het landbouwareaal, waardoor het Belgisch areaal wordt opgetrokken. De Waalse consumenten kiezen ook merkelijk meer voor bioproducten dan de Vlaamse. De situatie verschilt overigens sterk tussen de EU-lidstaten en -regio’s onderling. Daar zijn diverse redenen voor. De EU telt in totaal meer dan 13,5 miljoen biohectares of 7,7 % van het Europese landbouwareaal, gaande van 2% in Roemenië tot 24% in Oostenrijk. Deze verschillen zullen de komende maanden worden uitvergroot in het debat dat door de Europese Commissie is opgestart. In het kader van de ‘Green Deal’ voor een klimaatneutraal Europa tegen 2050 wordt de hele Europese werking immers ondersteboven gekeerd. In de ‘van-boer-tot-bordstrategie’ voor een ‘eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem’ gebruikt de Europese Commissie de biologische landbouw als breekijzer om tot haar grote doelstelling te komen. Biologische landbouw is sinds 1991 strikt Europees gereglementeerd en gecertificeerd. Erkende bioproducten zijn voorzien van het Europese biologo, het witte sterrenblaadje op een groene achtergrond. De Europese Commissie wil dat tegen 2030 ten minste 25% van de landbouwgrond in Europa voor biologische landbouw wordt gebruikt. Dat is meer dan de 20% die de Europese koepel van de biologische landbouw, Ifoam EU Group, had gevraagd. Het gebeurt niet vaak dat de politiek verder gaat dan door drukkingsgroepen wordt gevraagd. De druk op de biosector wordt zeer hoog gelegd. Het is niet verwonderlijk dat de sector zenuwachtig reageert.

Lone Anderson, biologisch melkveehoudster uit Lyne (Denemarken) en voorzitter van de Copa-Cogeca-werkgroep Biologische productie, zegt dat dergelijke streefcijfers niet van bovenaf kunnen en mogen worden opgelegd. Het succes van de biologische landbouw zal uiteindelijk door de markt worden bepaald. “De biosector is geheel afhankelijk van de consument die de hogere prijs die een gevolg is van de hogere kosten wil betalen. Zoniet komen we in een spiraal van prijsdalingen terecht zoals dat bij de gangbare landbouw maar al te vaak het geval is.” Lone pleit voor innovatie, onderzoek en ontwikkeling, productieverbetering en versterking van de voedingsketen, zodat biologische producten ook als zodanig de markt kunnen halen en niet moeten worden gedeklasseerd en als gangbare producten worden verkocht. “Bovendien is consumentenvertrouwen in biologische productie dé sleutel voor ontwikkeling”, besluit Lone Anderson. Zij gelooft in een verdubbeling van het bioareaal tegen 2030, maar niet meer. Zij wijst er trouwens op dat in de Europese Unie jaarlijks 4500 biobedrijven (2 %) de biosector verlaten omwille van afzetproblemen, te hoge kosten en bureaucratie inzake certificatie. Anderson is niet alleen met haar kritiek op de te hoge verwachtingen die Europa in de biologische landbouw stelt. De Europese Commissie zegt nochtans dat ze een actieplan voor de biologische landbouw zal voorleggen. Dat moet de lidstaten in staat stellen om zowel de vraag als het aanbod te stimuleren. Gedacht wordt aan promotiecampagnes en zogenaamde ‘groene’ overheidsopdrachten om het vertrouwen en de vraag aan te zwengelen. Weinigen hechten er geloof aan dat dit tot 25% bioareaal zal leiden. Sommigen waarschuwen en willen trouwens niet dat biologische landbouw ‘mainstream’ wordt. Ronald Van Marlen, directeur van het Nederlandse EKO-keurmerk, zei begin dit jaar op Agriflanders dat de biologische landbouw zich moet blijven onderscheiden en voorlopen op de gangbare landbouw inzake duurzaamheid. Daar zullen inspanningen, innovatie en creativiteit voor nodig zijn, want ook de gangbare landbouw verduurzaamt voortdurend. Trouwens, specifieke productconcepten – denk aan conceptvarkens en -kippen, residuvrije groenten en fruit en VLOG-productie (Verband Lebensmittel ohne Gentechnik) – komen aardig in de buurt.

“Of denken aardig in de buurt te komen”, zegt Ignace Deroo, consulent Biologische land- en tuinbouw van Boerenbond. “Inmiddels zet ook de biologische landbouw stappen vooruit. Ook de biologische landbouw verduurzaamt.” In principe gaat op 1 januari 2021 trouwens de derde Europese verordening inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten in voege. De Europese regels worden steeds strenger.

Hoogtechnologische hulpmiddelen

Ook de biosector moet op zoek gaan naar een performante bedrijfsvoering. Volgens Ignace Deroo zijn meningen over het onderzoek in de sector vaak verdeeld, omdat de biosector diverse strekkingen kent. Onderzoek naar gebruik van hulpmiddelen is voor sommigen eerder een weg terug naar gangbare landbouw. Zij willen de eigenheid van weleer bewaren. Het komt er in de biosector immers op aan zo min mogelijk hulpmiddelen te gebruiken. Er moet worden ingezet op specifieke biorassen die onder biogroeiomstandigheden beter presteren. Dit onderzoek mag niet worden geremd door de bestaande zaaizaadreglementering.

Maar wat met hoogtechnologische ontwikkelingen? “Het lijkt vreemd, maar dat is wat de biosector precies nodig heeft. Hierdoor kunnen de basisprincipes van de biologische productie beter tot hun recht komen. Denk aan gebruik van RTK-gps bij onkruidbestrijding, beddenteelt, niet-kerende grondbewerking … Of pixel farming, waarbij het areaal maximaal kan worden benut voor diverse gewassen. Het zijn technieken die in de biosector worden ontwikkeld en die op termijn ook de gangbare landbouw ten goede zullen komen.”

Ignace Deroo besluit: “Het jongste jaarverslag over de biologische landbouw in Vlaanderen ligt in de lijn van voorgaande jaren. Het is belangrijk dat de sector blijft groeien. Maar het mag meer zijn! Het is alsof we groeien met de rem op. Op het vlak van handel en verwerking daarentegen zijn we in Vlaanderen goed bezig. Maar deze bedrijven zijn vaak internationale spelers (ook wat hun bevoorrading betreft) omdat Vlaanderen en bij uitbreiding België voor hen te klein is.”


Betrouwbare cijfers

Hoe is het met rentabiliteit in de biosector gesteld? De omschakeling naar biologische productie is een moeilijke stap en betekent, zeker tijdens de omschakelingsperiode, een belangrijke financiële stap terug. Eens de productie biologisch is gecertificeerd, kunnen de kansen keren. Er is echter grote nood aan betrouwbaar cijfermateriaal over de rentabiliteit van biologische bedrijven. Het aantal bedrijven is nog klein en ze zijn zeer verschillend. Er heerst bij bepaalde bedrijven ook nog enige terughoudendheid om aan bedrijfseconomische boekhouding te doen. Betrouwbare cijfers zijn ook broodnodig om tot een goede onderbouwing van de noodzakelijke biohectarepremie te komen.

We stellen tot slot vast dat de biosector over zijn eigen wetgeving beschikt die soms haaks staat op andere regelgeving in de landbouw. Beiden moet op elkaar worden afgestemd. Denk aan de mestwetgeving. Het is dan ook de opdracht van de werkgroep Bio van Boerenbond om tijdig haar stem te laten horen