Luc startte de omschakeling in 2011. De toenmalige melkcrisis zette hem stevig aan het denken. ‘Bio leek een geschikte piste om het bedrijf toekomstbestendig te maken. Een beslissing die loont zo blijkt: ook mijn zoon Thomas stapte intussen mee in het bedrijf’, vertelt Luc. Samen melken ze momenteel 100 koeien, op een oppervlakte van 75 ha. Deze oppervlakte staat in voor een volledig bedrijfseigen rantsoen, dat voor een overgroot deel bestaat uit grasklaver. Luc: ‘voorjaars- en najaarssnedes worden gemengd gevoederd en aangevuld met eigen geteelde triticale, haver, erwten en ½ kg aangekochte bio-eiwitkern (lijn). Dit laatste is nodig omdat een klein deel van de melk bestemd is voor de productie van streekeigen (Herve)-kazen’.
Dat een goed doordacht bedrijfseigen biologisch rantsoen belangrijk is bevestigt ook biobedrijfsadviseur Wim Govaerts: ‘een gemiddeld biobedrijf voedt 1.5 grootvee-eenheden per hectare op basis van eigen teelt. Op jaarbasis heeft zo’n biobebedrijf nood aan 12.000 kg DS met 18% RE per hectare, wat haalbaar is als je een aandeel van 30% klaver haalt in je grasklaverperceel. Grasklaver vormt dus de basis voor het rantsoen, al zijn er grote verschillen in energie- en eiwitinhoud tussen voorjaars- en najaarssnedes. Grasklaver kan (beperkt) aangevuld worden met maïs, wat wel een vrij arbeidsintensieve bioteelt is. Granen zoals haver en spelt vormen een mogelijke maïsvervanger en kunnen zowel droog als in deegrijp stadium geoogst worden. Veldbonen vormen een mogelijke sojavervanger en kunnen in mengteelt met een graan geteeld worden’.
Van gezondheidsproblemen heeft de veestapel weinig last: volgens Luc een gevolg van een minder opbrengstgericht productiesysteem: ‘als je je koeien minder op de spits drijft qua productie ga je ook minder gezondheidsproblemen ondervinden. In de wintermaanden wordt hier een productie van 17-19 l per koe per dag gehaald. De jaarproductie draait rond de 6.000 l met 42 vet en 35 eiwit met tussenkalftijd van minder dan 360 dagen. Je productie zakt dus wat als je voor biologisch kiest, en ook de gehaltes moeten in de gaten gehouden worden’. Om voldoende vet en eiwit te halen kruist Luc systematisch in met Jersey en Montbéliarde. Deze rassen hebben ook een betere ruwvoederconversie dan de klassieke Holstein, en zijn robuuster, wat zich weer uit in minder gezondheidsproblemen.
Dat bio een ideologie is bewijst Luc met zijn jongste project: momenteel plant hij zijn 45 ha grote huiskavel vol fruitbomen en -hagen. Voornaamste doel: een klimaatbestendige weide met voldoende schaduw voor het vee. De oogst die er binnen enkele jaren van de bomen komt wordt verwerkt tot lokale producten: sappen, cider en eau de vie van appel, jenever van de krieken en stroop van de peren. Naast de fruitbomen en -hagen komen er ook voederbomen en –hagen: deze zullen zorgen voor extra ruwvoeder in jaren van extreme droogte.