Ook in de biologische groenteteelt zijn er kansen voor omschakelaars, zo weet Peter Bartels, eigenaar van biologische glastuinbouwbedrijf Barver BVBA in Rumst. Enkele jaren geleden stond hij met zijn bedrijf op een keerpunt. “Met onze serre van 8.000 m² waren we als gangbaar bedrijf eigenlijk net wat klein om te investeren in warmtekrachtkoppeling. Op dat moment waren we dus zoekende naar een andere manier om toegevoegde waarde te creëren op ons bedrijf. De stap naar bio was echter een stap naar het onbekende omdat er weinig financiële gegevens beschikbaar waren”. Maar Peter zetelde als gangbare tuinder al enkele jaren in de Werkgroep Bio van Boerenbond, waar hij de biologische sector leerde kennen. Dit samen met een uitdrukkelijke biologische marktvraag van BelOrta maakte dat hij in 2015 toch de stap naar bio zette. Een keuze waar hij geen spijt van heeft.
“In het eerste jaar teelde ik een rotatie van zoete puntpaprika, courgette en tomaat. Vorig jaar zette ik een dubbele afdeling tomaat, dit jaar een dubbele afdeling zoete puntpaprika, beiden op vraag van BelOrta” aldus Peter. “Een teeltrotatie moet immers niet persé op het bedrijf zelf aangehouden worden, er kan ook geroteerd worden tussen bedrijven onderling”. Het opstellen van dit teeltplan gebeurt steeds in samenspraak met de bioglastuinbouwers aangesloten bij BelOrta. Deze teeltrotatie is cruciaal voor een biologisch glastuinbouwbedrijf vertelt Justine Dewitte, erkend adviseur glastuinbouw (PCG). “In de biologische teelt is het verplicht om te telen in vollegrond. Substraatteelt is er niet toegelaten. Om de bodem gezond te houden en problemen met o.a. aaltjes en Verticillium te vermijden dient er dus een teeltrotatie van 1 op 3 of ruimer aangehouden te worden. In buitenteelten streven we naar een rotatie van 1 op 6, maar in verwarmde serres is de gewaskeuze eerder beperkt. Verwarmen kost geld en ook een biobedrijf moet rendabel blijven”. Voor gangbare bedrijven die gewoon zijn zich te specialiseren in 1 teelt, bovendien meestal in substraat, is het telen in vollegrond de grootste aanpassing tijdens de omschakeling.
Justine: “De omschakeltermijn van de gronden bedraagt normaal gezien twee jaar in het geval van eenjarige gewassen. De termijn kan in de glastuinbouw teruggebracht worden tot 3 maanden als je kan aantonen dat de grond de voorbije 3 jaren niet behandeld is. Wanneer dergelijk bedrijf omschakelt moet de bodemvruchtbaarheid op een zeer korte termijn op punt gesteld worden. Dit kan door het inbrengen van allerlei soorten compost. In bedrijven waar er ooit nog in de grond geteeld is valt dit mee, maar in nieuwere serres is dit zeker een aandachtspunt.” Het teeltseizoen van Peter loopt van begin februari tot eind oktober. Begin november brengt hij champost aan zodat de mineralisatie al kan starten. Tijdens het teeltseizoen brengt hij 5x organische korrel van DCM (Eco-mix 2 en 3). Ook andere organische meststoffen van natuurlijke oorsprong zijn toegelaten, voorbeelden zijn bloed- en beendermeel, sojaschroot, moutkiemen en bitterzout. “Bovendien moet er, wanneer dit beschikbaar is, steeds gebruik gemaakt worden van biologisch plantgoed” vertelt Justine. “Dit materiaal is duurder dan het conventionele en dit is dus één van de redenen waarom de biologische productiekost hoger ligt dan de gangbare. Andere redenen voor een hogere bioprijs zijn stijgende arbeidskosten wegens mechanische onkruidbestrijding en een hoger teeltrisico wegens ziekten en plagen”.
Al valt dit laatste goed mee volgens Peter: “Ook in de gangbare glastuinbouw wordt er al veel gewerkt met biologische bestrijding op basis van natuurlijke vijanden, dit wordt verder doorgetrokken in de biologische teelt. Zo planten we Artemisia planten aan het begin van elke rij als opkweekplant voor de kweek van enkele nuttigen. Ook al zijn er in bio geen chemisch synthetische middelen toegelaten om correctiebespuitingen te doen, het lukt ons goed om onder de aanvaardbare schadedrempels te blijven. Enkel op het einde van het seizoen zie je soms plagen de kop op steken wegens de opgebouwde plaagdruk en een verminderde groeikracht van de planten. Onkruiden houden we onder controle door de kwartels die hier in de serre vrij rondlopen. Efficiënte beestjes.” besluit Peter.