Een gezamelijk initiatief van Boerenbond, ABS en BioForum
Omschakelen naar bio biedt kansen, maar de weg naar een geslaagde omschakeling kan voor ieder bedrijf anders zijn. Ontdek hier de kritische succesfactoren voor omschakelen in de pluimveehouderij.
ten minste een derde van het vloeroppervlak van de stal bestaan uit een vaste bodem (dus geen latten- of roosterconstructie). De vaste bodem is bedekt met strooisel (stro, houtkrullen, zand, turfmolm …).
De stallen hebben voldoende openingen waardoor het pluimvee toegang heeft tot de uitloop. Het aantal dieren per stal is eveneens beperkt. De dieren moeten, als de weersomstandigheden het toelaten, gedurende minstens één derde van hun leven toegang hebben tot een uitloop in de openlucht. Het aantal openingen dat naar de uitloop leidt, is vooral van belang voor kippen die nog moeten leren om naar buiten te gaan.
Tussen 2 ronden moet de uitloop een paar weken leeg gehouden worden om de vegetatie te laten aangroeien en om gezondheidsredenen. Een goede inrichting biedt beschutting (tegen zon, neerslag, wind en roofdieren) en biedt mogelijkheden om te scharrelen en eten te zoeken. De beste beschutte uitlopen hebben een combinatie van meerjarige bomen of struiken, met daartussen snelgroeiende, eetbare voedergewassen.
Een gedeeltelijke overkapping of een waterdoorlaatbare verharding met kiezels is de duurzaamste oplossing om modderige plekken aan de ingangen van de stal te vermijden.
De biologische productie streeft naar een goede verhouding tussen het aantal dieren en de hoeveelheid beschikbare grond. Wie zelf onvoldoende biologische gronden heeft, zal de mest moeten afzetten bij een collega-bioboer. Hierdoor kan tussen een pluimveehouder en akkerbouwer een samenwerking ontstaan voor de uitwisseling van mest en voeders of stro.
In de praktijk wordt de biologische pluimveemest momenteel vaak geëxporteerd naar buitenlandse biobedrijven. Toch zijn mogelijkheden voor lokale afzet van de mest: als grondstof voor biochampignonsubstraat, als vroege stikstofgift in de biologische graanteelt, voor compostering …
Biologische pluimveehouders geven de voorkeur aan iets zwaardere legkippen, die wellicht iets meer eten, maar die een betere weerstand hebben tegen ziekten en waarbij ook het voedermanagement iets minder nauw luistert. Daarnaast spelen eikleur en productie een belangrijke rol.
De biologische wetgeving bepaalt een minimumslachtleeftijd van 81 dagen, tenzij de kippen van traag groeiende rassen zijn. Eendagskuikens van die rassen zijn wel nog niet biologisch beschikbaar, waardoor je gangbare kuikens (van het type
Sasso, Kabir e.a.) mag opzetten op voorwaarde dat ze een omschakeltermijn van 70 dagen doorlopen. Na 70 dagen mag je ze slachten en verkopen als biologische vleeskip.
Bio vraagt om een preventieve aanpak. Observatievermogen op dierniveau en vakmanschap rond een geschikt rantsoen zijn dus essentieel.
In je omschakelproces is het belangrijk om je bij te laten staan door ervaren technische adviseurs, te leren van collega’s via bio-bedrijfsbezoeken, en deel te nemen aan demo’s georganiseerd door proefcentra.
De meeste biologische pluimveehouders kopen het merendeel van hun voeder bij diervoederbedrijven. Biovoeders zijn duurder dan gangbaar voeder en vormt dus een grote kostenpost.
Ook het aanpassen van de stalinfrastructuur kan kostelijk uitpakken. Een doordachte financiële planning van het omschakelproces is dus belangrijk.
Biologische eieren gaan grotendeels naar een pakstation en vervolgens naar retailers. Biologische vleeskuikens worden momenteel bijna allemaal op contract gekweekt.
Thuisverkoop van eieren en vleeskuikens levert uiteraard de mooiste prijs, maar de potentiële afzet is hier beperkt. Sommige producenten leveren aan winkels en horecazaken.
Bio is een andere manier van werken. Als pluimveehouder geef je een deel controle uit handen en ga je hierdoor mogelijks ook afscheid moeten nemen van hoe je het vroeger deed. Mentale ruimte hebben om met tegenslagen om te kunnen gaan is ook belangrijk.
Ondersteuning tijdens de omschakeling is essentieel. Zowel technische, financiële en emotionele ondersteuning tijdens jouw omschakelproces kunnen belangrijk zijn. Spreek tijdig met de juiste personen uit jouw netwerk rond jouw idee.