Een gezamelijk initiatief van Boerenbond, ABS en BioForum
Omschakelen naar bio biedt kansen, maar de weg naar een geslaagde omschakeling kan voor ieder bedrijf anders zijn. Ontdek hier de kritische succesfactoren voor omschakelen als geiten- of schapenhouder.
Voldoende eigen grond onder het bedrijf is essentieel in functie van mestafzet en een goede ruwvoerpositie. Heb je een mestoverschot? Dan moet je die mest afzetten op biologische gronden van collega bioboeren. Hierdoor kan tussen een veehouder en akkerbouwer een samenwerking ontstaan voor de uitwisseling van mest en voeders. Hoogwaardige stalmest is doorgaans wel gegeerd.
In bio is weidegang verplicht. Een goede kavelstructuur is dan ook belangrijk, evenals een stalinrichting en melksysteem dat past bij een extensievere bedrijfsvoering. Beweiden kan op allerlei manieren, die elk voor- en nadelen hebben: omweiden, standweiden of stripbegrazen. Hou rekening met de potentiële druk van maagdarmwormen, die kan variëren naargelang van het toegepaste beweidingssysteem.
Een gezonde bodem is de hefboom voor het realiseren van opbrengsten in bio. Werken aan een levende bodem is dus cruciaal in omschakeling.
Bio-geitenhouders zijn bij uitstek goede gras-boeren, die gespecialiseerd zijn in het halen van voldoende kwalitatieve voeders van eigen land. Hou er rekening mee dat de arbeidsbehoefte voor de ruwvoederteelt in het voorjaar zal toenemen bij omschakeling.
Voor wie wil inzetten op begrazingswerken met vleesschapen, zal toegang tot voldoende natuurgronden belangrijk zijn, naast het begrazen van permanente weides.
Een bio-geitenhouder selecteert op robuuste dieren met een hoge efficiënt zijn op een ruwvoerrantsoen. Ook gezondheid en vruchtbaarheid zijn daarin belangrijke criteria.
Bio vraagt om een preventieve aanpak. Observatievermogen op dierniveau en vakmanschap rond een geschikt rantsoen en biologische plaag- en ziektebeheersing in de teelten is dus essentieel.
Onkruidbeheersing is een heikel punt. In je omschakelproces is aandacht voor preventie, geschikte mechanisatie en inzicht in arbeidspieken erg belangrijk.
In je omschakelproces is het belangrijk om je bij te laten staan door ervaren technische adviseurs, te leren van collega’s via bio-bedrijfsbezoeken, en deel te nemen aan demo’s georganiseerd door proefcentra.
In de omschakeljaren zullen de opbrengsten dalen terwijl de kosten kunnen stijgen. Een goede financiële planning en voldoende financiële buffer is dan ook belangrijk.
De marktvraag naar biogeiten- en bioschapenzuivel groeit, maar ze blijven wel nog steeds nicheproducten. Enkele uitzonderingen te na, is de prijs voor biologische geitenmelk gemiddeld vrij stabiel gebleven en hoog genoeg voor een goede rentabiliteit. Ook de afzet van biogeitenmelk is ook goed georganiseerd.
Dat is minder het geval voor schapenmelk. Ook de prijs van schapenmelk is tamelijk laag in verhouding tot de kostprijs, waardoor de meeste bedrijven ervoor opteren om de melk zelf te verwerken tot zuivelproducten en er zo voldoende meerwaarde uit te halen. De meeste melkschapenhouders zijn dus ‘zelfzuivelaars’, terwijl dat bij de geitenhouders zeker niet altijd het geval is.
Bio is een andere manier van werken. Als teler geef je een deel controle uit handen en ga je hierdoor mogelijks ook afscheid moeten nemen van hoe je het vroeger deed. Mentale ruimte hebben om met tegenslagen om te kunnen gaan is ook belangrijk.
Ondersteuning tijdens de omschakeling is essentieel. Zowel technische, financiële en emotionele ondersteuning tijdens jouw omschakelproces kunnen belangrijk zijn. Spreek tijdig met de juiste personen uit jouw netwerk rond jouw idee.