BioBedrijfsbezoek bio-melkveehouderij Marco Van Liere – 2018
Marco is de vierde generatie die de hoeve op de zandgronden in de Noorderkempen voortzet en schakelde in 1993 samen met zijn vader om naar biologische productie. ‘Ook al kon je in die tijd nog op een halfjaar omschakelen, de stap naar bio gaat gepaard met een intensief leerproces voor de boer, dat al gauw zo’n 5 jaar duurt’, getuigt Marco. Bovendien heerste er destijds nog een groot taboe rond biologische landbouw: ‘Ik durfde op de landbouwschool zelfs niet vertellen dat we ons bedrijf aan het omschakelen waren’.
Technische cijfers
In 2010 nam Marco het bedrijf volledig over. Hij melkt nu een 90-tal koeien en beschikt daarvoor over 82 ha, waarvan een 30 ha graasweide, 30 ha maaiweide, 7.5 ha granen voor krachtvoer, 3.5 ha granen voor silage, enkele hectaren snijmaïs en zo’n 9 ha maaibare natuurgronden. Vertrekkende van een roodbont ras kruist Marco nu enkel nog met Fleckvieh: ‘Ik zag mijn melkproductie stijgen tot 8000-9000 liter en het is ook een zeer robuust ras, met o.a. minder uierproblemen en goede graaseigenschappen. Bovendien zijn de kalveren op tijd vet en zeer geliefd voor het vlees, wat resulteert in een mooie kalverprijs’.
Rotatie
Toen Marco nog gangbaar boerde bestond zijn teeltrotatie voor de helft uit maïs en de helft gras. Als biologisch melkveehouder streeft hij naar 2 a 3 kg droge stof aan maïs, al de rest van het teeltplan wordt ingenomen door grasklaver. En die klaver dient de focus te zijn van een biologisch melkveebedrijf aldus adviseur Wim Govaerts: ‘Klavers fixeren zo’n 50 kg stikstof per ton droge stof per hectare en per jaar. Bij een opbrengst van 10-12 ton DS grasklaver en een aandeel van 30-40% DS klaver, bekom je met 4 ton klaver zo’n 200 kg stikstof. Met 1 kg stikstof maakt een plant 6.25 kg eiwit aan. 10% minder klaveraandeel in een weide betekent dus een aanzienlijk verlies aan eiwit in het rantsoen. Als je dit moet aanvullen met dure aangekochte biologische voeders lopen de voederkosten al snel hoog op’.
Marco wijst erop dat het belangrijk is om de juiste types en rassen klaver en grassen te kiezen. Hij gaat voor een mengeling van 15kg Engels raaigras, 5kg Timothee, 5 kg Festilolium, 5 kg witte klaver (Ellis) en 3 kg rode klaver van het type Matteklei (rassen Fregatta, Larus). De goede Matteklei types blijven persistent gedurende 5-6 jaar, maar zijn niet zo gemakkelijk te verkrijgen in de handel. Vorig jaar is hij het zaaigoed zelf gaan halen in Zwitserland. Om de klaver goed te laten groeien mag je het niet combineren met al te agressief groeiende grassen, anders verstikt de klaver.
Om het klaveraandeel in zijn weides voldoende hoog te houden kiest Marco ervoor om grasklaverweides na een 5-tal jaar te scheuren. Hierna zaait hij zo snel mogelijk maïs in. De maïs haalt heel wat stikstof uit de grond, waardoor de klavers later in de rotatie opnieuw goed groeien. De maïs zaait hij niet voor half mei: de grond is dan warm genoeg om een snelle opkomst te garanderen en de jeugdgroei gaat vlot. Hij zaait 8 cm diep zodat kraaien de zaden niet uit de grond trekken bij het aanpikken van de plantjes. De onkruidbestrijding bestaat uit 1 tot 2 maal wiedeggen voor opkomst en 1 maal na opkomst en 2 maal schoffelen met torsiewieders en/of aanaarders.
Na de maïsteelt kiest hij voor granen, al overweegt hij dit jaar ook een mengteelt van triticale en veldbonen in te zaaien. Bij wintergranen doet hij geen onkruidbestrijding, bij zomergranen 1 à 2 maal wiedeggen. Voederbieten teelt hij niet wegens teveel handenarbeid bij de onkruidbestrijding.
Beweiding
Marco laat zijn koeien grazen volgens de ‘kurzrazen’-methode, een heel intensieve vorm van standweiden. ‘We laten onze koeien het hele jaar rond grazen op dezelfde percelen met een grashoogte van 3 tot 5 cm. Elk weideperceel wordt minstens elke week beweid. Deze manier van begrazing biedt kansen om een hoge melkproductie te bekomen per hectare weidegras. De weide wordt niet kapot gegraasd, het gras past zich aan door platter tegen de grond te groeien’. Marco kan op deze manier 90 melkkoeien weiden op een oppervlakte van 26 ha. Tot september lukt dit zonder bijvoeren (met uitzondering van 1 kg krachtvoer). De koeien kalven van september tot maart. Zo zit de melkpiek in het voorjaar en maak je optimaal gebruik van het weidegras.
Onkruiddruk is er niet, zelfs niet van hardnekkige planten zoals zuring, omdat de koeien constant alles heel intensief begrazen. ‘Ik evolueerde van een systeem uitgedrukt in aantal liters per koe naar een systeem dat uitgaat van aantal liters per hectare, zonder te moeten rekenen in kg droge stof per hectare. Ik haal nu 11.000 liter melk per hectare weide. Ik ben tevreden met dit weidesysteem en wordt er bovendien nog verder in begeleid door Duits onderzoeker Edmund Leise’ besluit Marco.