Amper 26 is ze, maar Femke De Saedeleer uit Balegem weet van aanpakken. In 2024 nam ze het gangbare akkerbouw- en melkveebedrijf van haar ouders over. Maar dat is niet alles, want er horen ook biologische vleeskippen bij. “De ideale combinatie”, vindt Femke.
Marc De Saedeleer en zijn vrouw Sabine Vijvermans kochten in 1998 een landbouwbedrijf in Balegem. Het was een gangbaar gemengd bedrijf met melkvee en akkerbouw. “Mijn ouders raakten in de beginperiode enkele percelen grond kwijt en dat deed hen beseffen dat ze hun risico’s wat meer wilden spreiden. Met kippen kan je je kost ‘op den hof’ verdienen en dat sprak hen wel aan.” De bestaande stal werd ingericht voor het houden van zo’n 13.000 reguliere vleeskippen. Na verloop van tijd werd echter duidelijk dat dit aantal eigenlijk te weinig is om rendabel te zijn in de gangbare landbouw”, weet Femke. “Omdat we hier geen mogelijkheid hebben om uit te breiden maar wel weide rond de stal hebben liggen, groeide het idee om onze vleeskippentak om te schakelen naar biologische productie. In de gangbare pluimveesector moet je je geld verdienen door op grote schaal te werken, in de bio kan dat ook met kleinere aantallen.”
Gangbaar en bio combineren
Zo geschiedde: in 2009 maakte de familie De Saedeleer de omschakeling naar biologische vleeskippen. Omdat deze meer ruimte nodig hebben, werd het aantal gereduceerd naar 9.600. Recent werden de regels rond dierbezetting verder naar beneden aangepast en houdt de familie nog 8.600 biovleeskippen. De combinatie van gangbare melkvee en akkerbouw en biologisch pluimvee verloopt verrassend goed. “Er zijn uiteraard een aantal basisregels waaraan je je moet houden en die verhogen de productiekost, maar daar staat een goed rendement tegenover”, klinkt het. “We werken met een contractprijs die mee evolueert met de voerprijs, dus je bent niet afhankelijk van de grillen op de wereldmarkt.” De contracten worden afgesloten in overleg met de voerleverancier en het slachthuis, dus het is van bij het begin duidelijk wie voer levert, wie de kippen afneemt en wat de prijzen zijn.
Daglicht en buitenuitloop
Een basisprincipe in de biologische vleeskippen is dat de dieren vanaf de leeftijd van 6 weken van zonsopgang tot zonsondergang naar de buitenuitloop moeten kunnen. “De 4 ha grond rond de stal is daarvoor ideaal”, zegt Femke. “Dat lijkt meer werk dan het is, want de dieren gaan vanzelf buiten en binnen, wij moeten enkel de luiken openen en sluiten.” Is er ophokplicht, dan blijven de kippen binnen en krijgen ze ruwvoer bijgevoerd. Dat is gras dat gemaaid werd in de biologisch gecertificeerde uitloopweide rond de stal. Ophokplicht is natuurlijk niet fijn, maar aangezien er in de biologische productie maar 21 kg kippen per m2 mogen zitten, hebben de dieren altijd voldoende ruimte. Er worden ook zitstokken en ‘tafeltjes’ voorzien waarop de kippen kunnen springen en zich verschuilen. Zo krijgen ze zoveel mogelijk de kans om natuurlijk gedrag te vertonen. Daarnaast is er daglicht voorzien in de aanbouw van de stal en hoopt Femke op termijn ook daklamellen te kunnen plaatsen.
Energieke kippen
Nog een belangrijk verschil is de genetica. Femke houdt bruine, traaggroeiende kippen. Deze blijven 70 dagen op het bedrijf, dus zijn er gemiddeld maar 4,5 rondes per jaar. Reguliere vleeskippenbedrijven draaien 7 rondes, een tempo dat heel wat pittiger is. “Het grootste werk op een vleeskippenbedrijf is het kuisen van de stal zodra die leegstaat. Maar omdat de rondes hier langer duren is die werkdruk lager, wat ook beter combineert met de taken op het veld en bij de koeien.” Ook het temperament van de kippen is opvallend. “Omdat ze meer ruimte hebben en minder snel groeien, zijn onze bruine kippen veel energieker dan een standaard witte kip. Wanneer je in de stal gaat of wanneer ze geladen worden moet je je dus heel rustig bewegen, anders krijg je chaos en ongelukken”, lacht ze.
Biomest voor champignonteelt
Aangezien de akkerbouw van de familie De Saedeleer niet biologisch is, voeren ze geen eigen geteelde tarwe toe aan het voeder. “Het voer voor de kippen is bio gecertificeerd en kopen we gewoon aan. De mest gaat onder andere naar champignontelers, zij zijn altijd vragende partij voor biologisch kippenmest als substraat.”
Sterke samenwerking
Met 65 melkkoeien, akkerbouw met aardappelteelt, vleeskippen én twee jonge kindjes in huis verveelt Femke zich niet. En toch draait alles hier vlot. “Ik heb twee jaar geleden overgenomen, maar ik werk al sinds mijn 18e samen met mijn ouders op het bedrijf. Zij zijn me ook na de overname blijven helpen en daar ben ik erg dankbaar voor. Er hoeft voor mij dus ook geen uitbreiding of extra activiteit bij te komen. Alles draait nu goed en we kunnen het als familie bolwerken, dat is het belangrijkste.”
Bio geeft een goed gevoel
Op vragen vanuit de verwerkende sector om over te stappen op niet-biologische conceptkippen (bijvoorbeeld Mechelse koekoek of maïskip) gaat Femke niet in. “Dan draai je weer kortere rondes, is er meer kuiswerk en dat staat voor mij niet in verhouding tot het werkplezier en de zekerheid bij bio. Het is ook echt een plezier om de kippen te zien genieten van alle ruimte die ze krijgen, buiten en binnen. We doen niet aan thuisverkoop dus ik ben minder bezig met de mening van de consument, maar ik voel me heel goed bij biologische vleeskippen.”